Wij zijn een leesclub van oud-medewerkers van Boekhandel Kooyker in Leiden, en bespreken sinds 2003 in wisselende samenstelling nieuwe en oudere boeken.

woensdag 6 mei 2015

April 2015: 14

We waren het allemaal erover eens dat het een mooi geschreven boek was, maar miste een beetje de bedoeling en de waarde ten opzichte van andere boeken over WOI,

Noor: vond het mooi geschreven , wel een beetje kort en vroeg zich af wat wil hij nou eigenlijk duidelijk maken.
Dineke : roemde de beschrijving en de andere kijk op de oorlog, maar het beklijft niet echt
Dindy vond het ook een erg mooie schrijfstijl, maar vond het einde wat abrupt.
Tineke vond het ook een mooie stijl en met weinig woorden knap gedaan.
Rutger vond vooral de naïviteit waarin de hoofdpersonen de oorlog ingingen en de fouten die gemaakt werden indrukwekkend.
Drievers bijdrage per mail zat op de dezelfde lijn : mooie schrijfstijl, maar beklijft niet en wat is de toegevoegde waarde.
Marieke raadde ons aan iets anders van Echenoz te lezen “Flitsen”
 
Hoe langer we over het boek spraken en voorbeelden opdiepten hoe beter het boek toch nog werd. Zeker als je er passages uitdiept zie je wel hoe prachtig de stijl van Echenoz is en dat er humor zit in de beschrijving van de gruwelijkheden, wat het boek ook licht houdt. Ook waren we erg te spreken over de passage waarin hij de natuur een grote rol toebedeelt.
 
We hebben het ook nog even gehad over het verschil tussen een novelle en een roman.
Mag je deze kleine novelle wel vergelijken met vuistdikke romans over WOI? Is dat misschien de reden waarom velen het een beetje een koud en afstandelijk boek vonden, met niet erg uitgediepte personages?
 
We kwamen er niet helemaal uit wat de waarde van het boekje is.
 
Voorlopige conclusie:
Een klein maar fijn boekje dat in zijn eenvoud toch kernachtig de waanzin van de WOI op de snijtafel legt, in een prachtige schrijfstijl. Maar wat wel afstandelijk blijft.

Dank aan Rutger voor het verslag.

Maart 2015: Godin, Held


De seksscènes sloegen dood als een slecht glas bier. En dat waren er nogal wat.

Zo'n beetje de eerste oneliner van de avond en de sfeer was gezet. We vonden het boek van Peek niet zo'n succes.

Pogingen om het boek achterstevoren te gaan lezen of te beschouwen als een verzameling losse verhaaltjes, hielpen niet de waardering omhoog te krijgen.

De vorm overheerst, en niet het verhaal. Er zitten veel gaten in het verhaal, en de omgekeerd chronologische volgorde maakt dat nog rottiger. We blijven zitten met een heleboel onbeantwoorde vragen. En waar dit concept in bijvoorbeeld de film Memento goed werkt, wekt het hier wrevel. Wat is hier de meerwaarde van het andersom vertellen?

Geen hoogtepunt, constateerden we, in stijl.


vrijdag 13 februari 2015

Januari 2015: De smalle weg naar het verre noorden



Lichtelijk geschokt waren we, toen Sander de recensie uit Trouw voorlas. Of non-recensie beter gezegd, want De smalle weg naar het verre noorden was volgens het dagblad niet eens een bespreking waard. Ook niet (of misschien wel juist niet) nu het de Booker Prize had gewonnen. Matig was de roman van Flanagan. Pagina's vol research die maar niet tot leven willen komen, vervlochten met zinnen die 'net naast een beknopte formulering zitten'.


Een aardig idee van Trouw. In een tijd waarin veel boekenkopers van prijswinnaar naar prijswinnaar hollen in plaats van stil te staan bij hun eigen smaak, kan het helemaal geen kwaad om toe te lichten waarom je een bekroond werk niet goed vindt. Maar of Flanagans boek hierbij nu het lijdend voorwerp moet zijn? Daarover waren we het niet per se met de krant eens.


Eens waren we het sowieso niet. De een vond het een stroef begin, de ander zat in een oogwenk in het verhaal. En waar sommigen de oorlogspassages het hart van het boek vonden en het liefdesverhaal bijzaak, bleek voor een enkeling precies het omgekeerde te gelden. Impact hebben de oorlogsscènes zeker. Flanagans beschrijvingen zijn zo scherp dat ze alle zintuigen aanspreken. Je hoort het tikken van de regen, voelt het zuigen van de modder, ruikt de stank van bederf. Twee van ons werden lezend betrapt met een grimas op het gezicht, het boek ver van zich afhoudend.


Een roman zo levendig dat het een fysieke reactie teweegbrengt – die treffen we niet vaak. Maar daar moet je als lezer wel tegen kunnen. Voor Sander was het een pluspunt: dit soort scènes laten een voor ons tamelijk onbekende geschiedenisperiode heel dichtbij komen. Voor Marianne kwam het juist te dichtbij. Misschien ook wel omdat het boek een heel genuanceerd oorlogsverhaal wil zijn: het schetst de situatie van personages voor en na de oorlog en laat ook de mindset van de Japanse en Koreaanse kampbeulen wel heel dichtbij komen.


Alleen dat liefdesverhaal, tja. Al zorgde het voor prachtige poëtische zinnen, verhaaltechnisch stak het misschien toch een beetje bleek af bij de Birma-episode. Flanagan zal zijn boekenprijs niet te danken hebben aan de vrijage op het strand, de toevallige naoorlogse ontmoeting of de (te) lang uitgesponnen brandscène aan het slot. Is de Booker Prize daarmee onterecht? Dat is lastig te zeggen. Maar een recensie is hij volgens ons meer dan waard.